Koe als therapeut
Knuffelen met een koe. Klinkt leuk. Levert ook hilarische reacties op ‘En, heb je al met een koe gevreeën?’, vraagt een goeie vriendin. Ondertussen is het absoluut geen grapje. De familie Hupkes uit Voorst ontvangt steeds meer mensen voor een workshop. Blijkbaar is er behoefte aan in onze hectische tijd om even pas op de plaats te maken. Om ons over te geven aan de armen van Moedertje Natuur. Wat dichter bij onszelf te komen....enne bij de koe, natuurlijk.
knuffelbereid
Wanneer ik onderweg ben naar mijn knuffeladresje, zie ik overal koeien. Zal ‘de mijne’ roodbont zijn of zwart? Niet dat het veel uitmaakt, maar je gaat toch fantaseren. Wat doe je trouwens áán als je met een koe gaat knuffelen en ook nog op de foto wordt gezet? Ik kies voor grasgroen. ’t Moet voor Koelief ook een beetje vertrouwenwekkend wezen. Langs het slingerende landweggetje passeer ik andere boerderijen. Boomwallen tussen de weilanden. Ik zie pony’s die ook best voor een knuffelpartijtje ín waren geweest, en schapen die zich uit de voeten maken bij mijn nadering. Wat is het hier mooi. Wat is het hier stil.
Tussen de tuinboontjes
Marente Hupkes ontvangt mij aan een lange tafel in de boerderij. Schenkt koffiemokjes in. Dopt ondertussen huiselijk de tuinbonen. Dat geknuffel duurt hier al 2,5 jaar. Eigenlijk langer. “Mijn man Jaap, een echte oerboer, ging altijd al heel respectvol met de dieren om. Hij haalde ze ook aan. Bijna met iets van schaamte. Nu zoveel mensen hier komen om te knuffelen, hebben zijn eigen knuffels erkenning gekregen. Mijn oudste dochter is op het idee gekomen. Waarom konden niet méér mensen genieten van het contact met de dieren?” Wat begon als een ‘gekkigheid’ is uitgegroeid tot een volwaardig bedrijf met een aantal vaste workshops per jaar, en steeds meer aanmeldingen tussendoor. Er komen schoolklassen, maar ook volwassenen. “Soms zie ik iemand in driedelig grijs die tegen een koe in slaap valt. Het is zo mooi om te zien dat er over en weer belangstelling is tussen koe en mens.”
Als de koe het wil
Laten we de wei ingaan. Helemaal niet in het groen, trouwens, Marente geeft me een blauwe stofjas en laarzen aan. Daar zijn de koeien aan gewend geraakt. Een andere outfit zou ze misschien onzeker maken. Als een ‘nepboerin’ sjouw ik op mijn iets te grote laarzen door het nattige gras. Marente vertelt dat er vijftig van de vijfenzeventig koeien knuffelbaar zijn. Wanneer iemand bij een koe gaan liggen, komen er vaak andere koeien bij staan, er zijn er steeds meer die eraan mee willen doen. “De hele club knuffelt energetisch mee.” Alleen als ze het zelf willen, het moet wel vrijwillig blijven. We gaan nu zachter praten. Alles is hier gericht op onthaasting, ontstressing en een sfeer waarin de koeien hun lome, dromerige middagoverpeinzingen kunnen voortzetten in plaats van op een holletje naar het hek te komen.
De kennismaking
Er ligt een groepje koeien. Eentje valt mij meteen op, want ze kijkt oplettend in mijn richting. “Ga maar bij haar”, zegt Marente. Zouden Koei en ik elkaar al hebben uitgekozen? Nummer 718 is het, met van die beschamende gele flappen aan haar oren. Daar word ik toch altijd zo treurig van. Zo’n beetje alsof wij zelf met een ring door onze neus zouden moeten lopen met ons sofinummer erop. Gelukkig heeft ze ook een mooie naam: Tilke. Zwart-wit en héél groot.
Egootje in de wind
Op aanraden van Marente loop ik diagonaal in haar richting, zodat Tilke me rustig kan zien aankomen. ‘Nu moet je je ego uitschakelen’, zegt ze. “Puh, dat is makkelijk!”, sputter ik in mijzelf. Talloze meditatiesessies hebben me juist geleerd hoe moeilijk dat is. Wie je bent inclusief die rondmalende gedachten over het alledaagse, laat dat maar eens achter bij een paaltje in het weiland. Ik begrijp weliswaar de bedoeling. Vanaf nu geef ik me over aan de situatie en laat ik de ballast zoveel mogelijk achter me. Het absolute NU is een groot koeienlijf. Koe en ik, meer niet. Nou ja.... ik? Mijn ego wappert al in de wind.
Op niveau
“In jezelf vraag je haar om toestemming”, zegt Marente. Dat doe ik gráág, want ik ben bang dat ik haar gemoedsrust kom verstoren. Zou ze niet denken: O help, daar heb je d’r weer eentje. Net nu ik zo lekker lag te doezelen. Haar oren staan plat naar achteren, maar dat is bij een koe een goed teken. “Ga maar op niveau”, souffleert Marente. Dat wil zeggen dat ik me laat zakken totdat ik op koeienhoogte ben. “En nu in het ritme van de koe komen, energetisch schakelen.”
Vrouw zoekt koe
Ik ga eerst maar naast dat enorme lijf zitten. Tilke kijkt me aan. Legt haar kop in mijn handen, ook al weer een goed teken. Het knuffelen kan beginnen. Snuivend buigt ze haar grote hoofd naar me toe. Zou ze mijn katten ruiken? Ruikt een koe eigenlijk goed? Ik zou het niet weten, maar ze heeft er wel de neus voor. Lang, met een vochtig, roze uiteinde. Als de vliegen haar plagen, likt ze moeiteloos haar neusgaten uit. Ik aai haar zachtjes onder haar kin. Kriebel een beetje rond de oren. Bekijk die talloze plooien in haar hals, die als rivieren in een delta uitmonden in de kwabbetjes onder haar kop. Kleine insecten wriemelen door haar haren. Moet voor hun wel een voetbalveld zijn, zo’n koeiennek. Ik zie de bolle ogen, met daarover de prachtige lange wimpers. Met die grote, vochtige ogen kijkt ze me aan. Vegetariër worden, dan maar?
Muizenissen bij een koe
Ik aai er op los. Zou ze het wel leuk vinden? Typisch vrouwelijk om je alsmaar af te vragen of de ander het wel naar zijn zin heeft. Maar is dit nu echt leuk voor een koe? Zo’n wildvreemd mens dat naast je ploft in je Eigenste Weiland. Ik voel me een beetje indringer in deze veilige koeienwereld. “Vindt ze het nog steeds oké?”, vraag ik enigszins benauwd aan Marente. “Ja, ziet er goed uit. Ze heeft zelfs haar ogen dicht.” En warempel. Tilke zit tevreden met geloken ogen. Als zij het goed vindt, waarom ik dan niet? Dan besluit ik mijn gepieker los te laten en me tegen dat immense lijf te laten zakken. Warm! Een kacheltje in mijn rug. Zacht. Toch ook bewegend. Als op een waterbed, dein ik met haar mee. D’r ademhaling golft op en neer. Ook haar buik is actief. Er beweegt van alles in en aan dat geweldige lichaam. O, jee, ze gaat toch niet plotseling overeind? Ik realiseer me dat ze wél 800 kilo is. Ze kan me makkelijk pletten, mijn voeten verbrijzelen. Misschien niet met opzet, maar per ongeluk is al erg genoeg.
Vertrouwen
Het gaat er maar om dat ik vertrouw dat ze me zal accepteren. Dat ze me leuk genoeg zal vinden om hier bij haar te mogen liggen. Ben ik eigenlijk wel goed genoeg voor een koe? Dat ik haar voorzichtigheid en mijn observatievermogen vertrouw, zodat ik zal weten wanneer het samenzijn voorbij is. Dat ik mezelf toesta om van deze ontmoeting te genieten, dat ik gewoon ontspan in plaats van zo te piekeren. Is er een psychiater in de buurt? Bij nader inzien geloof ik dat mijn hulpverlener naast mij ligt in het weiland. Een beetje snuivend en borrelend. Oneindig rustig. Tevreden. Helemaal in het hier en nu. Goed, ik heb de boodschap begrepen.
Egoloos genieten
Ik ga opnieuw achterover liggen. Nu met mijn ogen dicht. Als in een bootje op zee schommel ik mee met het warme koeie-moederlichaam. Ik hoor hanen kraaien, vogels zingen, een enkele loei van een soortgenoot van Moe. Het verre ruisen van het autoverkeer. Ik voel de wind. De lauwwarme vochtigheid van zon na regen. Ik ruik een vage geur van mest, melk en modder. Een zweempje van het echte boerenland. Ja, ik kan me best voorstellen dat managers hier op hun bedrijfstraining wegdoezelen. Voel me rustiger worden. Spanning vloeit weg. Gewoon maar blijven liggen, dan? Rondom mij hoor ik het geklik van de camera. Kan me niks schelen. Kan me ook niks schelen hoe ik er op kom. Ik bén. Meer niet. Volgens mij hangt mijn ego echt ergens in de hoogste boom.
Tante
Maar dan beweegt ze plotseling weer. Tilke laat me weten dat ze echt geen sofa is. Zou ze er tabak van hebben? Ik ga zitten, aaien, praten. “Gaat het allemaal nog goed, Meiske?” Nu zitten we samen over het weiland uit te kijken. Wij koeien onder elkaar. Het gras, de bomenrij, de andere koeien. Dit is haar wereld. Bijna door haar ogen zie ik nu hoe het is om koe te zijn. Heel rustig, tikkie saai misschien? Behalve dan wanneer er plotseling knuffelende dames langskomen, dan is er weer even wat leven in de brouwerij. Verderop in het weiland is een kalfje geboren, hoor ik nu. “Je bent tante geworden”, fluister ik. Ik weet niet eens of ze zelf kalfjes heeft geworpen. Zal wel. Zo’n grote koe loopt vast al wel wat jaartjes mee op dit koeienondermaanse.
Herkauw-kransje
Opeens begint ze te kauwen. Alsof ze zeggen wil: allemaal leuk en aardig, maar het werk moet doorgaan. Als een breiende oma beweegt ze ritmisch en onophoudelijk d’r kaken. Af en toe golft er een nieuwe lading voedsel naar voren om ook hapje voor hapje te worden doorgekauwd. Wat gezellig. Ik voel me ineens helemaal opgenomen in de bedrijvigheid des koes. Ze trekt zich blijkbaar niets meer van me aan, maar gaat gewoon door met haar eigen bezigheden. Ineens voel ik me helemaal geaccepteerd. En vrij. En vrolijk. ....de fotograaf komt dichterbij en maakt een paar close-ups van dat grote koeienhoofd. “Wat ben jij klein, naast haar”, zegt hij. En zo voel ik me ook. Even later verlaat ik haar warm, blij en rozig om weer verder te gaan met mijn mensenbestaan. Ze kijkt me heel lang na. Af en toe zwaai ik. Gek om naar een koe te zwaaien? Weet niet. Ze heeft me echt iets gegeven. Bedankt,
Verschenen in Onkruid april 2006
Door Marian Henderson
terugknuffelbereid
Wanneer ik onderweg ben naar mijn knuffeladresje, zie ik overal koeien. Zal ‘de mijne’ roodbont zijn of zwart? Niet dat het veel uitmaakt, maar je gaat toch fantaseren. Wat doe je trouwens áán als je met een koe gaat knuffelen en ook nog op de foto wordt gezet? Ik kies voor grasgroen. ’t Moet voor Koelief ook een beetje vertrouwenwekkend wezen. Langs het slingerende landweggetje passeer ik andere boerderijen. Boomwallen tussen de weilanden. Ik zie pony’s die ook best voor een knuffelpartijtje ín waren geweest, en schapen die zich uit de voeten maken bij mijn nadering. Wat is het hier mooi. Wat is het hier stil.
Tussen de tuinboontjes
Marente Hupkes ontvangt mij aan een lange tafel in de boerderij. Schenkt koffiemokjes in. Dopt ondertussen huiselijk de tuinbonen. Dat geknuffel duurt hier al 2,5 jaar. Eigenlijk langer. “Mijn man Jaap, een echte oerboer, ging altijd al heel respectvol met de dieren om. Hij haalde ze ook aan. Bijna met iets van schaamte. Nu zoveel mensen hier komen om te knuffelen, hebben zijn eigen knuffels erkenning gekregen. Mijn oudste dochter is op het idee gekomen. Waarom konden niet méér mensen genieten van het contact met de dieren?” Wat begon als een ‘gekkigheid’ is uitgegroeid tot een volwaardig bedrijf met een aantal vaste workshops per jaar, en steeds meer aanmeldingen tussendoor. Er komen schoolklassen, maar ook volwassenen. “Soms zie ik iemand in driedelig grijs die tegen een koe in slaap valt. Het is zo mooi om te zien dat er over en weer belangstelling is tussen koe en mens.”
Als de koe het wil
Laten we de wei ingaan. Helemaal niet in het groen, trouwens, Marente geeft me een blauwe stofjas en laarzen aan. Daar zijn de koeien aan gewend geraakt. Een andere outfit zou ze misschien onzeker maken. Als een ‘nepboerin’ sjouw ik op mijn iets te grote laarzen door het nattige gras. Marente vertelt dat er vijftig van de vijfenzeventig koeien knuffelbaar zijn. Wanneer iemand bij een koe gaan liggen, komen er vaak andere koeien bij staan, er zijn er steeds meer die eraan mee willen doen. “De hele club knuffelt energetisch mee.” Alleen als ze het zelf willen, het moet wel vrijwillig blijven. We gaan nu zachter praten. Alles is hier gericht op onthaasting, ontstressing en een sfeer waarin de koeien hun lome, dromerige middagoverpeinzingen kunnen voortzetten in plaats van op een holletje naar het hek te komen.
De kennismaking
Er ligt een groepje koeien. Eentje valt mij meteen op, want ze kijkt oplettend in mijn richting. “Ga maar bij haar”, zegt Marente. Zouden Koei en ik elkaar al hebben uitgekozen? Nummer 718 is het, met van die beschamende gele flappen aan haar oren. Daar word ik toch altijd zo treurig van. Zo’n beetje alsof wij zelf met een ring door onze neus zouden moeten lopen met ons sofinummer erop. Gelukkig heeft ze ook een mooie naam: Tilke. Zwart-wit en héél groot.
Egootje in de wind
Op aanraden van Marente loop ik diagonaal in haar richting, zodat Tilke me rustig kan zien aankomen. ‘Nu moet je je ego uitschakelen’, zegt ze. “Puh, dat is makkelijk!”, sputter ik in mijzelf. Talloze meditatiesessies hebben me juist geleerd hoe moeilijk dat is. Wie je bent inclusief die rondmalende gedachten over het alledaagse, laat dat maar eens achter bij een paaltje in het weiland. Ik begrijp weliswaar de bedoeling. Vanaf nu geef ik me over aan de situatie en laat ik de ballast zoveel mogelijk achter me. Het absolute NU is een groot koeienlijf. Koe en ik, meer niet. Nou ja.... ik? Mijn ego wappert al in de wind.
Op niveau
“In jezelf vraag je haar om toestemming”, zegt Marente. Dat doe ik gráág, want ik ben bang dat ik haar gemoedsrust kom verstoren. Zou ze niet denken: O help, daar heb je d’r weer eentje. Net nu ik zo lekker lag te doezelen. Haar oren staan plat naar achteren, maar dat is bij een koe een goed teken. “Ga maar op niveau”, souffleert Marente. Dat wil zeggen dat ik me laat zakken totdat ik op koeienhoogte ben. “En nu in het ritme van de koe komen, energetisch schakelen.”
Vrouw zoekt koe
Ik ga eerst maar naast dat enorme lijf zitten. Tilke kijkt me aan. Legt haar kop in mijn handen, ook al weer een goed teken. Het knuffelen kan beginnen. Snuivend buigt ze haar grote hoofd naar me toe. Zou ze mijn katten ruiken? Ruikt een koe eigenlijk goed? Ik zou het niet weten, maar ze heeft er wel de neus voor. Lang, met een vochtig, roze uiteinde. Als de vliegen haar plagen, likt ze moeiteloos haar neusgaten uit. Ik aai haar zachtjes onder haar kin. Kriebel een beetje rond de oren. Bekijk die talloze plooien in haar hals, die als rivieren in een delta uitmonden in de kwabbetjes onder haar kop. Kleine insecten wriemelen door haar haren. Moet voor hun wel een voetbalveld zijn, zo’n koeiennek. Ik zie de bolle ogen, met daarover de prachtige lange wimpers. Met die grote, vochtige ogen kijkt ze me aan. Vegetariër worden, dan maar?
Muizenissen bij een koe
Ik aai er op los. Zou ze het wel leuk vinden? Typisch vrouwelijk om je alsmaar af te vragen of de ander het wel naar zijn zin heeft. Maar is dit nu echt leuk voor een koe? Zo’n wildvreemd mens dat naast je ploft in je Eigenste Weiland. Ik voel me een beetje indringer in deze veilige koeienwereld. “Vindt ze het nog steeds oké?”, vraag ik enigszins benauwd aan Marente. “Ja, ziet er goed uit. Ze heeft zelfs haar ogen dicht.” En warempel. Tilke zit tevreden met geloken ogen. Als zij het goed vindt, waarom ik dan niet? Dan besluit ik mijn gepieker los te laten en me tegen dat immense lijf te laten zakken. Warm! Een kacheltje in mijn rug. Zacht. Toch ook bewegend. Als op een waterbed, dein ik met haar mee. D’r ademhaling golft op en neer. Ook haar buik is actief. Er beweegt van alles in en aan dat geweldige lichaam. O, jee, ze gaat toch niet plotseling overeind? Ik realiseer me dat ze wél 800 kilo is. Ze kan me makkelijk pletten, mijn voeten verbrijzelen. Misschien niet met opzet, maar per ongeluk is al erg genoeg.
Vertrouwen
Het gaat er maar om dat ik vertrouw dat ze me zal accepteren. Dat ze me leuk genoeg zal vinden om hier bij haar te mogen liggen. Ben ik eigenlijk wel goed genoeg voor een koe? Dat ik haar voorzichtigheid en mijn observatievermogen vertrouw, zodat ik zal weten wanneer het samenzijn voorbij is. Dat ik mezelf toesta om van deze ontmoeting te genieten, dat ik gewoon ontspan in plaats van zo te piekeren. Is er een psychiater in de buurt? Bij nader inzien geloof ik dat mijn hulpverlener naast mij ligt in het weiland. Een beetje snuivend en borrelend. Oneindig rustig. Tevreden. Helemaal in het hier en nu. Goed, ik heb de boodschap begrepen.
Egoloos genieten
Ik ga opnieuw achterover liggen. Nu met mijn ogen dicht. Als in een bootje op zee schommel ik mee met het warme koeie-moederlichaam. Ik hoor hanen kraaien, vogels zingen, een enkele loei van een soortgenoot van Moe. Het verre ruisen van het autoverkeer. Ik voel de wind. De lauwwarme vochtigheid van zon na regen. Ik ruik een vage geur van mest, melk en modder. Een zweempje van het echte boerenland. Ja, ik kan me best voorstellen dat managers hier op hun bedrijfstraining wegdoezelen. Voel me rustiger worden. Spanning vloeit weg. Gewoon maar blijven liggen, dan? Rondom mij hoor ik het geklik van de camera. Kan me niks schelen. Kan me ook niks schelen hoe ik er op kom. Ik bén. Meer niet. Volgens mij hangt mijn ego echt ergens in de hoogste boom.
Tante
Maar dan beweegt ze plotseling weer. Tilke laat me weten dat ze echt geen sofa is. Zou ze er tabak van hebben? Ik ga zitten, aaien, praten. “Gaat het allemaal nog goed, Meiske?” Nu zitten we samen over het weiland uit te kijken. Wij koeien onder elkaar. Het gras, de bomenrij, de andere koeien. Dit is haar wereld. Bijna door haar ogen zie ik nu hoe het is om koe te zijn. Heel rustig, tikkie saai misschien? Behalve dan wanneer er plotseling knuffelende dames langskomen, dan is er weer even wat leven in de brouwerij. Verderop in het weiland is een kalfje geboren, hoor ik nu. “Je bent tante geworden”, fluister ik. Ik weet niet eens of ze zelf kalfjes heeft geworpen. Zal wel. Zo’n grote koe loopt vast al wel wat jaartjes mee op dit koeienondermaanse.
Herkauw-kransje
Opeens begint ze te kauwen. Alsof ze zeggen wil: allemaal leuk en aardig, maar het werk moet doorgaan. Als een breiende oma beweegt ze ritmisch en onophoudelijk d’r kaken. Af en toe golft er een nieuwe lading voedsel naar voren om ook hapje voor hapje te worden doorgekauwd. Wat gezellig. Ik voel me ineens helemaal opgenomen in de bedrijvigheid des koes. Ze trekt zich blijkbaar niets meer van me aan, maar gaat gewoon door met haar eigen bezigheden. Ineens voel ik me helemaal geaccepteerd. En vrij. En vrolijk. ....de fotograaf komt dichterbij en maakt een paar close-ups van dat grote koeienhoofd. “Wat ben jij klein, naast haar”, zegt hij. En zo voel ik me ook. Even later verlaat ik haar warm, blij en rozig om weer verder te gaan met mijn mensenbestaan. Ze kijkt me heel lang na. Af en toe zwaai ik. Gek om naar een koe te zwaaien? Weet niet. Ze heeft me echt iets gegeven. Bedankt,
Verschenen in Onkruid april 2006
Door Marian Henderson





